Het Nederlandse Rappit introduceert vandaag een platform waarmee bedrijven met behulp van ai-agents bedrijfsapplicaties ontwerpen en realiseren. Het softwarebedrijf van de zonen van erp-pionier Jan Baan wil hiermee voorkomen dat organisaties die met ai software ontwikkelen, de grip op die ontwikkeling verliezen.
Nu software steeds vaker niet meer volledig door programmeurs wordt geschreven, maar door kunstmatige intelligentie wordt gegenereerd, dreigt het risico dat organisaties het overzicht kwijtraken. Ze weten dan mogelijk niet meer wat er wordt gebouwd, waarom het wordt gebouwd en of de oplossing aansluit op de bedrijfsdoelen.
Reden voor een gesprek met Ardjan Baan, ceo van Rappit. Zijn familie heeft een geschiedenis van bijna een halve eeuw in enterprise software. Een groot deel van die kennis en ervaring komt terug in Rappit. Bij het bedrijf uit het Veluwse Putten zijn naast Ardjan ook drie andere familieleden betrokken: Paul Baan (cfo), Bernhard Baan (coo) en kleinzoon Julian Baan (director product design).
Rappit, onderdeel van de Vanenburg Group en met wortels in Baan Company (erp) en het later door OpenText overgenomen Cordys, speelt in op deze fundamenteel andere manier van softwareontwikkeling. Rappit AI (RAI) wordt gepositioneerd als een ‘companion’ die bedrijven helpt keuzes te structureren en grip te houden op het ontwikkelproces. De software moet risico’s rond controle, security, onderhoud en schaalbaarheid beperken.
Johan den Haan, voormalig cto van low-codeleverancier Mendix, is verantwoordelijk voor de productstrategie. Ook Jan Baan, die in de jaren negentig Baan Company uitbouwde tot een grote concurrent van SAP en Oracle, is nog regelmatig betrokken bij de familiebedrijven. Hij benadrukt bij Rappit dat niet het schrijven van code, maar het begrijpen van bedrijfsprocessen centraal moet staan. Zijn nazaten hebben die filosofie verder uitgewerkt in het Rappit Platform, waarmee maatwerksoftware toegankelijker moet worden.
Ardjan Baan: ‘De wereld van standaardsoftware voor de systemen die een bedrijf uniek maken, gaat afkalven.’ Volgens hem ligt de toekomst bij maatwerksoftware die aansluit op de specifieke processen van organisaties. Niet voor generieke toepassingen zoals hr en administratie, maar voor systemen waarmee bedrijven zich onderscheiden. ‘Bij unieke processen past unieke software.’
Van prompt naar gecontroleerde applicatieontwikkeling
De nieuwe versie van het Rappit-platform is daarom geen standaardpakket of erp 3.0, maar een gereedschapskist. Volgens Baan biedt het platform maatwerk tegen de prijs van een standaardpakket. De lock-in voor de Java-codegeneratie blijft beperkt. Klanten betalen voor het Rappit-platform, de ai-agent-orkestratielaag, op basis van de omvang van applicaties en het aantal betrokken ontwikkelaars. De orkestratie omvat de volledige levenscyclus van softwareontwikkeling. De Java-code die wordt gegenereerd, blijft eigendom van de klant. Dat verschilt van low-codeplatforms die vaak een eigen runtime-omgeving vereisen.
Rappit analyseert en transformeert bestaande systemen. Legacy wordt opgeschoond en gemoderniseerd, waarbij nieuwe technologie een plaats krijgt. Volgens het bedrijf bieden low-codeplatforms zoals Mendix en OutSystems hierin beperktere mogelijkheden, terwijl generatieve-ai-tools zoals GitHub Copilot zich vooral richten op het schrijven van code.
Ook op het gebied van governance wil Rappit zich onderscheiden. Volgens Baan zijn ai-beslissingen volledig herleidbaar en reproduceerbaar. Cio’s hoeven daardoor niet bang te zijn dat ai een black box wordt.
Rappit automatiseert de werkstromen tijdens softwareontwikkeling in plaats van alleen afzonderlijke stappen. Daarbij gaat het om requirements, architectuur, code, testen en uitrol. Ai-gestuurde applicatieontwikkeling betekent volgens het bedrijf een gecontroleerde samenwerking tussen mensen en ai. Het platform laat AI-agents ontwerpen, modellen maken, broncode van software of applicaties herstructureren en applicaties onderhouden.
De nieuwe versie die vandaag verschijnt, is een ai-native-platform voor enterprise-applicaties: een modelgedreven basis met een geïntegreerde ai-companion die oplossingen en de bijbehorende complexiteit beheersbaar moet houden. Baan: ‘Alles begint bij de vraag wat je precies wilt bouwen. Die intentie leggen we vast in het design, de blauwdruk voor modernisering. De ai kan naast broncode ook bijvoorbeeld oude screenshots en pdf’s inlezen. Vervolgens vindt de vertaling plaats naar modellen en daarna naar code.’
Dat verschilt volgens Baan van het simpelweg geven van een prompt om code te genereren. ‘Wij maken ook de stappen daartussen controleerbaar en valideerbaar. Mensen blijven onderdeel van de cyclus. In alle lagen zit synchronisatie: van de blauwdruk naar het model en uiteindelijk de code. En andersom: van de code via de tussenstappen terug naar de business intent. Dat is een groot verschil met andere ai-tools, zoals die van Claude van Anthropic.’
Grip op legacy, cloud en toekomstige groei
Volgens Baan kan legacysoftware op deze manier worden herbouwd naar een moderne, cloud-native architectuur. ‘We werken op een deterministische manier, volgens een vaste structuur. Wanneer code met ai wordt ontwikkeld, wil de structuur nogal eens verschillen. Bij bedrijfskritische applicaties mag dat niet gebeuren. De vangrails zitten bij ons ingebakken. Bij gewone ai-tools ontbreken die vaak.’
Deze aanpak maakt het volgens Rappit mogelijk om rekening te houden met de nieuwste technologische ontwikkelingen. Het vergroot de schaalbaarheid en veiligheid en voorkomt dat nieuwe legacy ontstaat. Modellen kunnen bovendien eenvoudiger worden aangepast aan nieuwe versies.
Rappit voegt de komende maanden nieuwe functionaliteit toe. De kennis die de Baan-bedrijven in het verleden hebben opgebouwd bij de ontwikkeling van complexe systemen, kan aan de ai worden meegegeven. Deze kennis vormt volgens het bedrijf een belangrijke basis voor de intelligentie van de ai. Baan vergelijkt ai-tools met hamers en zagen: ‘Je hebt ook kennis nodig om die goed te kunnen gebruiken. Daardoor worden de eindoplossingen van klanten beter. Niet alleen onze eigen ai wordt gevoed met meer achtergrond en kennis, gebruikers kunnen het platform ook aanroepen voor andere ai-modellen.’
Het platform is bedoeld voor oplossingen die primair gericht zijn op mensen, maar ook slimme ai-agents bevatten die zelfstandig acties kunnen uitvoeren, zoals het opvragen van offertes of het plaatsen van bestellingen.
Het Rappit-platform is geoptimaliseerd voor Google Cloud, waarmee al langer wordt samengewerkt. ‘Op het gebied van data en ai geldt Google als een van de koplopers. Bovendien leeft daar de opensourcegedachte,’ verklaart Baan de keuze. In een later stadium kan het platform ook geschikter worden gemaakt voor AWS en Microsoft Azure. Veel potentiële klanten werken met meerdere clouds, waardoor Rappit AI ook binnen die omgevingen toepasbaar moet zijn.
Met eerdere versies van Rappit hebben onder meer Solvay (chemie), Valeo (auto-onderdelen), Hoyer (tanktransport), Eijerkamp (meubelen), Omoda (kleding) en Tangelo (software voor duurzaamheidsrapportage) ervaring opgedaan.
